Het was een koele herfstdag. Timo, Walt en Mathis zaten binnen te kijken hoe bomma aan het breien was.

"Wat maak je, bomma?" vroeg Mathis nieuwsgierig.

Bomma glimlachte geheimzinnig. "Oh, gewoon een sjaal, voor Bompa. Maar het is een speciaal patroon dat ik van Bompa’s mama heb geleerd. Ze zei altijd dat het een beetje magie bevatte."

De kinderen keken elkaar opgewonden aan. Zou bomma ook iets weten van de magie in het Fluisterende Bos?

Later die dag, toen bomma even een boodschap ging doen, besloten de kinderen haar breiwerk mee te nemen naar het Fluisterende Bos.

"Misschien kunnen we de Hosjifosj vragen of hij er iets magisch in ziet," stelde Timo voor.

Ze pakten voorzichtig de half afgebreide sjaal en renden naar de magische struik in de tuin.

In een oogwenk stonden ze aan de rand van het Fluisterende Bos. De herfstbladeren ritselden onder hun voeten.

"Hosjifosj!" riepen ze. "We hebben iets dat je moet zien!"

Maar in plaats van hun pluizige vriend, hoorden ze een vreemd geritsel. Tot hun verbazing zagen ze hoe de sjaal in Timo's handen begon te bewegen!

De sjaal kronkelde als een slang en gleed uit Timo's handen. Het begon razendsnel te groeien, nieuwe steken vormend uit het niets.

"Het leeft!" riep Walt geschrokken uit.

De levende sjaal slingerde zich om een boom en begon die in te wikkelen in zachte, warme wol.

De kinderen renden achter de sjaal aan, maar het was te snel. Overal waar het langs kwam, liet het een spoor van breiwerk achter. Bloemen kregen gebreide blaadjes, stenen werden bedekt met wollige hoesjes.

Eindelijk vonden ze de Hosjifosj, die verbaasd naar het schouwspel keek.

"Wat hebben jullie nu weer meegebracht?" vroeg hij, half geamuseerd, half bezorgd.

"Het is bomma's breiwerk," legde Mathis uit. "We dachten dat het misschien magisch was, maar we hadden geen idee dat dit zou gebeuren!"

De Hosjifosj krabde nadenkend aan zijn oor. "Dit is oude magie. Breipatronen kunnen soms wensen en gedachten vasthouden. Het lijkt erop dat jullie bomma's wens om alles warm en gezellig te maken, tot leven is gekomen!”

Intussen bleef de sjaal groeien. Het bedekte nu al een groot deel van het bos in warme, kleurrijke wol. Sommige dieren vonden het heerlijk en nestelden zich in de zachte breidekens. Andere, zoals de vogels, raakten verstrikt in de wollige draden.

"We moeten het stoppen," zei Timo vastberaden. "Maar hoe?”

"Om breiwerk te stoppen, moet je gewoonlijk de draad doorknippen," zei Walt. "Maar waar is het begin van deze sjaal?”

Ze volgden het spoor van wol door het bos, op zoek naar de oorsprong. Onderweg hielpen ze dieren die vast zaten in het breiwerk.

Eindelijk vonden ze het beginpunt van de sjaal, bij een oude, holle boom. De magische breinaald danste in de lucht, steeds nieuwe steken toevoegend.

"Daar!" riep Mathis. "We moeten die naald zien te pakken!"

Maar zodra ze dichterbij kwamen, vloog de naald weg, als een vogel die niet gevangen wil worden.

"We hebben hulp nodig," zei de Hosjifosj. Hij riep alle boswezens bij elkaar. De vliegende eekhoorns, de pratende bomen, zelfs de Grote Steen kwam aangerold.

"We moeten samenwerken om de naald te vangen," legde de Hosjifosj uit. "Alleen dan kunnen we het breiwerk stoppen."

Ze maakten een plan. De vliegende eekhoorns zouden de naald achtervolgen, de bomen zouden proberen hem te vangen met hun takken, en de kinderen zouden klaarstaan met een grote mand om hem in op te vangen.

Het werd een wilde achtervolging door het bos. De naald dook en zwierde, ontweek boomtakken en vliegende eekhoorns.

Uiteindelijk vloog de naald recht op de Grote Steen af. Net toen hij wilde ontwijken, rolde de steen een stukje en klemde de naald tussen zichzelf en de grond.

"Yes!" riepen de kinderen in koor. Ze renden erheen en pakten voorzichtig de naald op.

Zodra de naald stopte met breien, hield het breiwerk op met groeien. Maar hoe konden ze alles weer normaal krijgen?

"Ik denk dat ik het weet," zei Timo. Hij pakte de naald en begon de steken één voor één los te halen.

Tot ieders verbazing begon al het breiwerk in het bos zich te ontrafelen, als een trui die je uittrekt.

Al snel was het hele bos weer breiwerk-vrij. De dieren waren opgelucht en de bomen schudden de laatste wollige restjes van hun takken.

"Dat was op het nippertje," zuchtte de Hosjifosj. "Jullie hebben het bos gered van een wollige ondergang!"

De kinderen keken naar de berg wol die overgebleven was. "Maar wat doen we hiermee?" vroeg Walt.

Ze besloten de wol te gebruiken om warme nestjes te maken voor de bosdieren, met de winter in aantocht. De Hosjifosj leerde hen hoe ze veilige, niet-magische dekentjes konden breien.

Toen het tijd was om naar huis te gaan, hadden ze nog precies genoeg wol over om bomma's sjaal af te maken.

Terug thuis legden ze de sjaal voorzichtig terug op bomma's breimand. Net op tijd, want even later kwam ze thuis.

"Zo," zei bomma, "laten we eens kijken hoe ver ik was." Ze pakte haar breiwerk op en keek verrast. "Wel, wel, de sjaal is af! Ik wist niet dat ik zo snel had gebreid."

De kinderen grinnikten. "Magie, bomma," zei Mathis knipogend. "Het was gewoon een beetje magie."

Bomma glimlachte geheimzinnig. "Dat zal wel, lieverd. Dat zal wel."