Het was een koude winterochtend toen Timo, Walt en Mathis merkten dat er iets niet in orde was. Bomma, die normaal gesproken vroeg op was om verse broodjes te bakken, lag nog in bed.

"Bomma voelt zich niet lekker," legde Bompa bezorgd uit. "Ze heeft koorts en wil niets eten."

De kinderen keken elkaar bezorgd aan. Een zieke Bomma? Dat was nog nooit gebeurd! Bomma was altijd degene die voor iedereen zorgde als ze ziek waren.

"We moeten iets doen," fluisterde Timo tegen de anderen. "Misschien kan de Hosjifosj helpen?"

Ze renden naar de magische struik in de tuin. Binnen enkele seconden stonden ze in het Fluisterende Bos, waar de Hosjifosj al op hen wachtte, alsof hij hun komst had voorvoeld.

"Kleine vrienden," zei hij zacht, "ik voel dat jullie verdrietig zijn. Wat is er aan de hand?"

"Het is Bomma," legde Walt uit, terwijl tranen in zijn ogen sprongen. "Ze is ziek en we weten niet hoe we haar kunnen helpen."

De Hosjifosj's ogen werden groot van bezorgdheid. "Jullie Bomma? Die altijd zorgt voor die heerlijke koekjes en het warme brood waar jullie over vertellen?"

De kinderen knikten.

"Wel," zei de Hosjifosj terwijl hij nadenkend aan zijn oor krabde, "misschien kunnen we iets speciaals voor haar maken. Een magisch medicijn van het Fluisterende Bos!"

"Kan dat echt?" vroeg Mathis hoopvol.

"Natuurlijk!" antwoordde de Hosjifosj. "Maar we hebben wel speciale ingrediënten nodig. En het belangrijkste ingrediënt is de liefde die jullie voor haar voelen."

De Hosjifosj legde uit wat ze nodig hadden: zonnestralen gevangen in dauwdruppels, het gezang van de vroegste vogel, de warmste winterbloem, en een speciale paddenstoel die alleen groeit waar kabouters hebben gedanst.

"Maar het moet voor zonsondergang klaar zijn," waarschuwde de Hosjifosj. "Anders verliest het zijn kracht."

De kinderen splitsten zich op. Timo ging op zoek naar de dauwdruppels, Walt zou luisteren naar de vogels, en Mathis ging op zoek naar de winterbloem. De Hosjifosj zou de paddenstoel zoeken.

Timo vond een spinnenweb vol met dauwdruppels die glansden in het zonlicht. Met hulp van een vriendelijke spin ving hij de druppels in een bloemkelk.

Walt klom in de hoogste boom van het bos en wachtte geduldig tot de vroegste vogel zijn lied zou zingen. Toen hij het hoorde, ving hij het geluid in een hol takje.

Mathis vond, diep in het bos waar de sneeuw het dikst lag, één enkele bloem die warmte uitstraalde. Voorzichtig groef hij hem uit met wat aarde erbij.

De Hosjifosj kwam terug met een prachtige, regenboogkleurige paddenstoel die zacht neuriede.

Samen mengden ze alle ingrediënten in een grote eikelschaal. De Hosjifosj voegde er nog wat geheime kruiden aan toe en roerde drie keer met de klok mee en drie keer tegen de klok in.

"Nu nog het laatste en belangrijkste ingrediënt," zei de Hosjifosj. "Denk allemaal aan hoeveel jullie van Bomma houden en wat ze voor jullie betekent."

De kinderen sloten hun ogen en dachten aan Bomma's warme knuffels, haar lekkere koekjes, haar lieve lach, en hoe ze altijd voor hen zorgde als ze ziek waren.

Een zachte, gouden gloed verscheen boven de eikelschaal. Toen ze hun ogen openden, zagen ze dat de mengeling was veranderd in een prachtige, zachtroze vloeistof die naar viooltjes en zonlicht rook.

"Vlug," zei de Hosjifosj, terwijl hij de vloeistof in een flesje deed dat gemaakt was van een doorzichtig herfstblad. "Breng dit naar Bomma. Drie druppels in een kop warme thee is genoeg."

De kinderen bedankten de Hosjifosj en haastten zich terug naar huis. Ze vonden Bompa in de keuken, bezig met het maken van thee voor Bomma.

"Mogen wij de thee naar boven brengen?" vroeg Timo lief.

Bompa knikte dankbaar. Snel voegden ze drie druppels van het magische medicijn toe aan de thee.

Ze brachten de thee naar Bomma's kamer. Ze lag nog steeds in bed, maar glimlachte toen ze de kinderen zag.

"Kijk eens wie daar zijn," zei ze zwakjes. "Mijn lieve schatten."

"We hebben speciale thee voor je gemaakt, Bomma," zei Walt, terwijl Mathis voorzichtig het kopje aan haar gaf.

Bomma nam een slokje en haar wangen kregen meteen wat meer kleur. "Mmm," zei ze, "wat een bijzondere thee. Het smaakt naar... zonlicht en bloemen en... liefde."

De kinderen glimlachten naar elkaar. Die avond at Bomma voor het eerst weer wat soep, en de volgende ochtend stond ze weer in de keuken om broodjes te bakken.

"Het is een wonder," zei Bompa. "Het lijkt wel... magie!"

De kinderen deelden een geheime glimlach. Ze wisten dat het geen gewone magie was geweest, maar de speciale magie van het Fluisterende Bos, vermengd met hun liefde voor Bomma.

Later die week brachten ze een deel van Bomma's versgebakken koekjes naar het Fluisterende Bos, als dank voor de Hosjifosj.

"Ah," zei de Hosjifosj terwijl hij genoot van een koekje, "nu snap ik waarom jullie zo van haar houden. Deze koekjes zijn gemaakt met dezelfde magie als ons medicijn - de magie van liefde."