Op een herfstochtend renden Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos in. Maar in plaats van de vrolijke hosjifosj die hen gewoonlijk begroette, vonden ze hem in zijn holletje, gewikkeld in een deken van bladeren.

"Hatsjoe!" nieste de hosjifosj. Zijn vacht, normaal zo glanzend, zag er dof en verfomfaaid uit.

"Hosjifosj! Wat is er met je aan de hand?" vroeg Timo bezorgd.

"Ik heb de Boskriebels," mompelde de hosjifosj sniffend. "Het komt maar één keer in de honderd jaar voor, maar als het komt... hatsjoe!"

Bij elke nies verschenen er kleine sterretjes uit zijn neus die door de lucht dansten.

"Is er niets wat kan helpen?" vroeg Walt.

De hosjifosj zocht onder zijn bladerdeken en haalde een verkreukeld blaadje tevoorschijn.

"Dit is een oud recept voor Boskriebels-soep," zei hij sniffend. "Hiervoor hebben we nodig:

  • Verse groenten uit Bompa's tuin
  • Een snee van Bomma's versgebakken brood
  • Een beetje honing van Bompa's bijen
  • Verse melk van boer Janssens' koe"

"Maar dat zijn allemaal dingen uit onze wereld!" zei Walt verbaasd.

"Precies," knikte de hosjifosj. "Soms is gewone magie de beste medicijn."

"We beginnen in Bompa's groentetuin," zei Timo vastberaden.

Terug in hun eigen wereld vonden ze Bompa tussen zijn groenten. Hij was net bezig met het verzorgen van zijn wortels.

"Bompa," vroeg Mathis, "mogen we wat verse groenten uit je tuin? Het is voor een zieke vriend."

"Ah," glimlachte Bompa, terwijl hij zijn handen afveegde aan zijn tuinbroek. "Dan hebben we hier precies wat jullie nodig hebben. Kijk, deze wortels zijn net rijp, en die tomaten daar zijn vol zonlicht. En neem ook wat van die malse sla mee."

Met een mandje vol groenten renden ze terug naar de hosjifosj.

"Mmm," zei hij, terwijl hij aan een wortel snuffelde. "Dit ruikt naar Bompa's speciale zorg. Je kunt proeven dat ze met liefde zijn gekweekt! Maar we hebben ook nog versgebakken brood nodig..."

"Bomma heeft net gebakken!" riep Walt. "We gaan meteen!"

In de keuken rook het heerlijk naar vers brood.

"Bomma," zei Timo, "zou onze zieke vriend ook een sneetje van je versgebakken brood mogen?"

"Toevallig," zei Bomma met een knipoog, "heb ik net een extra brood gebakken. Het is nog warm!"

Ze sneed een dikke plak af en wikkelde die in een schone theedoek.

Het warme brood bracht een glimlach op het gezicht van de hosjifosj.

"Nu nog wat honing," zei hij. "Maar niet zomaar honing - het moet van Bompa's speciale bijen zijn!"

"Die hebben we zo!" riep Mathis, en weg waren ze weer.

Ze vonden Bompa bij zijn bijenkasten.

"Bompa," zei Walt, "zouden we wat van je verse honing mogen? Het is voor onze zieke vriend."

Bompa glimlachte vriendelijk. "Ah, deze voorjaarshoning is perfect voor iemand die zich niet lekker voelt."

Hij pakte een klein potje met goudkleurige honing.

Nu was alleen de verse melk nog nodig. Ze renden naar de boerderij van boer Janssens.

"Verse melk?" lachte de boer. "Jullie hebben geluk, we hebben net gemolken. Maar waarom hebben jullie zo'n haast?"

"Het is voor een... eh... heel bijzondere vriend," zei Timo voorzichtig.

Met alle ingrediënten keerden ze terug naar het Fluisterende Bos. De hosjifosj maakte er een heerlijke soep van in een grote paddenstoel.

"Dit is precies wat ik nodig had," zuchtte hij tevreden na de eerste lepel. Zijn vacht begon al weer te glimmen.

Terwijl de hosjifosj zijn soep at, vertelden de kinderen over hun tocht langs Bompa's tuin, Bomma's keuken en de boerderij.

"Het klinkt alsof jullie hele bijzondere grootouders hebben," glimlachte de hosjifosj, die er met elke lepel beter uitzag.

Aan het eind van de middag was de hosjifosj weer helemaal de oude. Zijn vacht glansde en zijn ogen twinkelden.

"Dank jullie wel, kleine vrienden," zei hij vrolijk. "Jullie hebben me weer beter gemaakt met jullie goede zorgen."

Toen ze die avond thuiskwamen, rook het weer naar versgebakken brood. Bomma had nog een heel brood gebakken.

"Voor het geval jullie vriend nog wat nodig heeft," zei ze met een warme glimlach.

Door het keukenraam zagen ze Bompa nog in zijn tuin werken. Hij was nieuwe groenten aan het planten in het laatste avondlicht.

"Die zijn voor de volgende keer," hoorden ze hem zachtjes tegen zijn plantjes zeggen.

Die nacht lagen de kinderen in bed na te denken over hun avontuur.

"Weet je," fluisterde Walt, "Bompa's groenten zijn echt magisch lekker."

"En Bomma's brood ook," voegde Mathis toe.

"Misschien," zei Timo slaperig, "zit er wel meer magie in gewone dingen dan we denken."

Door hun raam zagen ze een paar kleine sterretjes naar Bompa's tuin dwarrelen, maar misschien droomden ze dat ook wel...