Het was een doodgewone zaterdagochtend. Timo, Walt en Mathis zaten aan de ontbijttafel, toen ze plotseling een bekend geluid hoorden van buiten.

"Kleine vrienden! Help!"

De kinderen keken elkaar verbaasd aan. "Dat klinkt als..."

"De hosjifosj!" riepen ze in koor en renden naar buiten.

En ja hoor, daar stond hij: de hosjifosj, midden in hun tuin, er een beetje verloren uitziend. Zijn pluizige vacht glinsterde in het zonlicht.

"Hosjifosj!" riep Timo. "Wat doe jij hier?"

"Ik... ik weet het niet," stamelde de hosjifosj. "Ik volgde een regenboog en opeens was ik hier!"

Net toen Walt wilde antwoorden, hoorden ze Bomma's stem: "Kinderen? Met wie praten jullie?"

De kinderen keken geschrokken om. Wat als Bomma de hosjifosj zou zien?

Maar tot hun verbazing keek Bomma recht door de hosjifosj heen. "Is er iets?" vroeg ze.

"Nee hoor, Bomma," zei Mathis snel. "We spelen gewoon."

Toen Bomma weer naar binnen ging, zuchtten de kinderen opgelucht.

"Ze kan je niet zien!" fluisterde Walt tegen de hosjifosj.

"Natuurlijk niet," antwoordde de hosjifosj. "Alleen kinderen en dieren kunnen mij zien in jullie wereld. Maar hoe kom ik nu terug naar het Fluisterende Bos?"

"Misschien kunnen we je terugbrengen via de magische struik?" stelde Timo voor.

Ze liepen naar de struik, maar toen de hosjifosj hem aanraakte, gebeurde er niets.

"Oh nee," zuchtte de hosjifosj. "Het werkt alleen voor jullie."

"Dan moeten we een andere manier vinden," zei Mathis vastberaden.

Ze besloten de hosjifosj mee te nemen op een tocht door de buurt, in de hoop een weg terug te vinden. Het was grappig om te zien hoe de hosjifosj reageerde op alledaagse dingen.

"Wat is dat voor een reusachtige metalen vogel?" vroeg hij, wijzend naar een vliegtuig.

"En die rode doos die mensen opeet en weer uitspuugt?" zei hij bij het zien van een auto.

Onderweg kwamen ze langs een speeltuin. Kleine kinderen konden de hosjifosj zien en waren dolenthousiast.

"Kijk mama, een groot pluizig konijn!" riep een meisje.

De hosjifosj glimlachte en zwaaide, terwijl de ouders verbaasd rondkeken.

Toen ze bij het park kwamen, kreeg Timo een idee. "Misschien kun je terug via een regenboog, net zoals je hier bent gekomen!"

"Maar er is geen regenboog," zei Walt teleurgesteld.

Mathis keek naar de fontein in het park. "Wacht eens... misschien kunnen we er zelf een maken!"

Ze gebruikten de fontein om een kleine regenboog te creëren in het zonlicht. De hosjifosj keek er hoopvol naar.

"Het is klein, maar misschien werkt het," zei hij. Hij stak zijn poot uit naar de regenboog en... verdween!

Even later verscheen de hosjifosj weer, maar nu als een vage schim.

"Het heeft gewerkt!" riep hij blij. "Ik ben terug in het Fluisterende Bos. Dank jullie wel, kleine vrienden!"

De kinderen zwaaiden gedag, blij dat ze hun vriend hadden kunnen helpen.

Op weg naar huis praatten de kinderen opgewonden over hun avontuur.

"Ik vraag me af of de hosjifosj ooit weer in onze wereld zal komen," zei Walt.

"Wie weet," antwoordde Timo. "Maar één ding is zeker: onze wereld moet heel bijzonder voor hem zijn geweest!"

Thuis vroeg Bomma of ze een leuke dag hadden gehad.

"Ja!" zei Mathis enthousiast. "We hebben een... nieuwe vriend geholpen om de weg naar huis te vinden."

Bompa keek op van zijn krant en knipoogde. "Zo zo, een nieuwe vriend? Was het toevallig iemand... magisch?"

De kinderen keken elkaar verbaasd aan. Wist Bompa meer dan hij liet blijken?