Het was een warme zomeravond toen Timo, Walt en Mathis opgewonden door de tuin renden. In de verte konden ze de vrolijke muziek en de gekleurde lichten van de kermis zien.

"Dit wordt zo leuk!" riep Walt enthousiast. "Al die attracties en het suikerspin en..."

Plotseling stopte Mathis. "Wacht eens... Zouden we de Hosjifosj niet mee kunnen nemen?"

De andere kinderen keken hem verbaasd aan. "Naar de kermis?" vroeg Timo. "Maar... kunnen we dat wel doen?"

"Waarom niet?" zei Mathis. "Hij heeft ons zo vaak zijn magische wereld laten zien. Nu kunnen wij hem eens onze wereld laten zien!"

Ze renden naar de magische struik en stapten het Fluisterende Bos binnen. De Hosjifosj zat op een paddenstoel en neuriede een vrolijk deuntje.

"Hosjifosj!" riepen de kinderen in koor. "We hebben een verrassing voor je!"

De Hosjifosj keek op, zijn ogen twinkelend van nieuwsgierigheid. "Een verrassing? Voor mij?"

"We willen je meenemen naar de kermis!" legde Walt uit.

"De... kermis?" De Hosjifosj wreef nadenkend aan zijn pluizige oor. "Wat is dat?"

"Het is een soort... magische plek in onze wereld," probeerde Timo uit te leggen. "Met draaiende molens en zwevende stoeltjes en zoete lekkernijen..."

"Maar," voegde Mathis snel toe toen hij de bezorgde blik van de Hosjifosj zag, "alleen kinderen kunnen je zien, weet je nog? Net als vorige keer toen je in onze wereld was!"

De Hosjifosj dacht even na. "Nou... het klinkt wel spannend. Maar hoe komen we daar?"

"Via de magische struik natuurlijk!" zei Walt. "We hebben ontdekt dat als we je hand vasthouden, je wel mee kunt!"

En zo gebeurde het dat even later vier vrienden door de straten liepen richting de kermis - drie kinderen en een onzichtbare, pluizige Hosjifosj die met grote ogen om zich heen keek.

"Wat zijn die grote, glimmende dozen op wielen?" fluisterde hij, wijzend naar de geparkeerde auto's.

"Dat zijn auto's," legde Timo geduldig uit. "Een soort... eh... niet-magische vervoermiddelen."

Toen ze bij de kermis aankwamen, werd de Hosjifosj helemaal stil van verbazing. De draaimolen met zijn fonkelende lichtjes, het reuzenrad dat hoog boven alles uittorende, de vrolijke muziek die door de lucht zweefde - het was allemaal nieuw en wonderbaarlijk voor hem.

"Het is net een heel ander soort Fluisterend Bos!" riep hij uit.

Ze begonnen met de draaimolen. De Hosjifosj klom op een glanzend wit paard en hield zich stevig vast aan de gouden stang.

"Wheeeee!" riep hij toen de draaimolen begon te draaien. Kleine kinderen op andere paarden zwaaiden naar hem en hun ouders vroegen zich af waar dat vrolijke gelach vandaan kwam.

Bij de suikerspinkraam gebeurde er iets grappigs. Zodra de Hosjifosj een hap nam van de roze suikerspin, begon zijn vacht dezelfde kleur aan te nemen!

"Oeps!" giechelde hij. "In het Fluisterende Bos gebeurt dit ook altijd als ik regenboogbessen eet!"

In het spookhuis was het de Hosjifosj die de meeste schrik aanjoeg - niet omdat hij bang was, maar omdat hij vriendelijk "Hallo!" zei tegen alle nepspoken, die daar heel verbaasd van werden.

Het hoogtepunt van de avond was het reuzenrad. Terwijl ze langzaam omhoog draaiden, keek de Hosjifosj ademloos naar de lichten van de stad onder hen.

"Weet je," zei hij zachtjes, "ik dacht altijd dat alleen het Fluisterende Bos magisch was. Maar jullie wereld heeft ook zijn eigen soort magie."

Toen het tijd was om naar huis te gaan, had de Hosjifosj zijn armen vol met suikerspin, popcorn en een grote pluchen beer die Timo voor hem had gewonnen bij het ballen gooien.

"Dit was het beste avontuur ooit!" zei hij stralend.

Terug bij de magische struik namen ze afscheid. "Dank jullie wel," zei de Hosjifosj, terwijl hij zijn pluchen beer stevig vasthield. "Nu begrijp ik waarom jullie soms zo opgewonden zijn over dingen uit jullie wereld!"

Die nacht, toen de kinderen in bed lagen, keken ze uit hun raam naar de lichten van de kermis in de verte. En heel even meenden ze een roze gloed tussen de bomen van het Fluisterende Bos te zien - precies de kleur van suikerspin.

De volgende dag vonden ze drie kermiskaartjes onder hun kussen, gemaakt van boomschors en versierd met sterretjes. Er stond op geschreven: "Geldig voor één magisch avontuur in het Fluisterende Bos - wanneer jullie maar willen!"

Want zo ging dat in de vriendschap tussen drie kinderen en een magisch boswezen - de ene keer deelden zij hun wereld met hem, de andere keer deelde hij zijn wereld met hen. En beide werelden waren op hun eigen manier even betoverend.