Het was een warme zomerdag toen Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos in stapten. Ze vonden de hosjifosj bij zijn holletje, waar hij druk bezig was met het inpakken van een kleine reistas gemaakt van gevlochten twijgjes en bloemblaadjes.

"Wat ben je aan het doen?" vroeg Timo nieuwsgierig.

De hosjifosj keek op met twinkelende ogen. "Ik ga op vakantie!" zei hij opgewekt. "Ik heb een uitnodiging gekregen van mijn neef, die in het Zingende Zomerbos woont."

"Het Zingende Zomerbos?" vroegen de kinderen in koor.

"Ja! Het is een magisch bos waar de bomen altijd zingen en de bloemen dansen. Het ligt aan de andere kant van de Regenboogbergen."

De kinderen keken bezorgd. "Maar wie zorgt er dan voor het Fluisterende Bos als jij weg bent?" vroeg Walt.

De hosjifosj glimlachte geruststellend. "Daar hebben jullie een goed punt. Eigenlijk..." Hij aarzelde even. "Zou ik jullie willen vragen om op het bos te passen terwijl ik weg ben?"

De kinderen keken elkaar opgewonden aan. "Wij? Echt waar?"

"Natuurlijk! Jullie kennen het bos bijna net zo goed als ik. En de Wijze Uil zal jullie helpen als er problemen zijn."

Na wat uitleg over hun taken - de pratende bloemen water geven, de Grote Steen zijn verhaaltje voor het slapengaan voorlezen, en zorgen dat de Dansende Dennenappels niet te wild feesten - was het tijd voor de hosjifosj om te vertrekken.

Hij pakte zijn twijgjestas, zette een kleine hoed op gemaakt van een bloem, en was klaar voor vertrek. Maar net toen hij wilde gaan, klonk er een luid gebrul door het bos.

"Oh nee," zuchtte de hosjifosj. "Dat is Bruin de Beer. Hij heeft altijd moeite met verandering."

Ze renden naar Bruin's grot, waar de grote beer verdrietig voor de ingang zat.

"Maar wie gaat me dan mijn slaapliedje zingen?" bromde hij bezorgd.

"Wij kunnen dat doen!" bood Mathis aan. "We kennen al je favoriete liedjes van de hosjifosj."

Een voor een kwamen er meer boswezens met zorgen. De eekhoorns waren bang dat niemand hun noten zou tellen, de konijnen vroegen zich af wie hun wortels zou zegenen, en de uilen wilden weten wie hun veren zou gladstrijken.

Voor elk probleem hadden de kinderen een oplossing, en langzaam maar zeker werden alle boswezens gerustgesteld.

"Zie je wel?" zei de hosjifosj trots. "Het bos is in goede handen!"

Eindelijk was het tijd voor vertrek. De hosjifosj liep naar een grote paardenbloem, pakte de steel vast, en blies op de pluizige bloem. De pluisjes vormden een klein wolkje waar hij op kon zitten.

"Tot over een week!" riep hij, terwijl een warm briesje hem de lucht in tilde. "Oh, en pas op voor de..."

Maar de wind nam zijn laatste woorden mee voor ze konden horen wat hij wilde zeggen.

De eerste dag ging prima. De kinderen gaven de bloemen water, lazen de Grote Steen zijn verhaaltje voor, en hielden de Dansende Dennenappels in de gaten.

Maar op de tweede dag begon het mis te gaan. Ze ontdekten dat ze waren vergeten de Zingende Zwaluw haar ochtendthee te brengen, waardoor ze de hele dag vals zong. Dit maakte de andere vogels zo chagrijnig dat ze weigerden hun normale taken uit te voeren.

"Geen zorgen," zei Timo. "We maken gewoon een extra lekkere thee om het goed te maken."

Ze plukten de zoetste bosbesjes en maakten een heerlijke thee die de Zingende Zwaluw zo blij maakte dat ze extra mooi begon te zingen.

Op de derde dag was er een probleem met de Glimwormen, die weigerden te schijnen omdat niemand hun lichtjes had gepoetst. Walt herinnerde zich dat de hosjifosj altijd dauwdruppels gebruikte om ze te laten glanzen, en al snel glommen de Glimwormen weer als kleine sterretjes.

Dag vier bracht een crisis toen de Grote Steen begon te rollen in zijn slaap omdat hij zijn verhaaltje te spannend vond. Het kostte de kinderen, met hulp van alle boswezens, drie uur om hem terug te rollen naar zijn slaapplek.

Op dag vijf regende het paddenstoelen omdat iemand was vergeten de Weerwolken hun middagdutje te gunnen. Mathis redde de situatie door een slaapliedje te neuriën dat hij van zijn bomma had geleerd.

Zo ging elke dag gepaard met nieuwe uitdagingen, maar de kinderen leerden snel en werkten goed samen. Ze ontdekten dat elk probleem een oplossing had, vooral als je creatief nadacht en samenwerkte.

Na een week vol avonturen hoorden ze eindelijk het bekende geluid van de hosjifosj die terugkwam. Hij zweefde naar beneden op een wolk van paardenbloempluisjes, zijn hoed scheef op zijn hoofd en zijn tas vol souvenirs.

"En? Hoe was het?" vroegen de kinderen nieuwsgierig.

De hosjifosj straalde. "Het was heerlijk! Mijn neef heeft me alle bijzondere plekken in het Zingende Zomerbos laten zien. Maar ik heb jullie wel gemist! Hoe is het hier gegaan?"

De kinderen vertelden over hun avonturen, de problemen die ze hadden opgelost en de lessen die ze hadden geleerd.

De hosjifosj luisterde met groeiende trots. "Weten jullie," zei hij toen ze klaar waren met vertellen, "soms moet je even weggaan om te ontdekken hoe speciaal thuis is. En hoe bijzonder de vrienden zijn die je hebt."

Hij haalde drie kleine pakjes uit zijn tas. "Kijk, ik heb wat voor jullie meegebracht!"

In elk pakje zat een klein flesje met glinsterende vloeistof.

"Dit is Zingend Zomerboswater," legde de hosjifosj uit. "Als je er een druppel van drinkt, kun je de muziek van de bomen horen, waar je ook bent."

Die avond, toen de kinderen in bed lagen, namen ze elk een klein slokje van het water. En terwijl ze in slaap vielen, hoorden ze heel zachtjes het lied van twee magische bossen die elkaar begroetten als oude vrienden.