Het was een frisse lentemorgen toen Timo, Walt en Mathis zoals gewoonlijk naar de magische struik in de tuin renden. Ze hadden niet kunnen wachten om weer naar het Fluisterende Bos te gaan en de Hosjifosj te bezoeken.
Maar toen ze de vertrouwde bladeren aanraakten, gebeurde er... niets. Geen tinteling, geen draaiende wereld, geen flits van licht.
"Wat gek," zei Timo, terwijl hij nog eens voorzichtig een blaadje aanraakte. "Het voelt gewoon als een normale struik."
Walt probeerde het ook. "Misschien doen we iets verkeerd?" Hij raakte verschillende takken aan, maar zonder resultaat.
Mathis keek bezorgd. "Wat als er iets mis is in het Fluisterende Bos?"
De kinderen probeerden alles wat ze konden bedenken. Ze liepen rond de struik, raakten verschillende bladeren aan, probeerden er samen doorheen te springen - maar niets werkte. De struik bleef gewoon een struik.
Ze gingen in het gras zitten, niet wetend wat ze moesten doen. In de verte zagen ze Bompa in zijn groentetuin werken.
Plotseling hoorden ze een zachte stem op de wind: "Kleine vrienden! Kunnen jullie me horen?"
"Hosjifosj!" riepen ze in koor.
"De struik heeft een beetje te veel magie gebruikt," legde de stem van de Hosjifosj uit. "Hij moet nieuwe energie krijgen. Maar ik kan jullie vertellen hoe!"
De kinderen luisterden aandachtig terwijl de stem van de Hosjifosj verder ging: "Elke dag bij zonsopgang moeten jullie de struik water geven met dauwdruppels. Bij zonsondergang moeten jullie hem toedekken met zachte bladeren. En drie keer per dag moeten jullie hem een verhaal vertellen over het Fluisterende Bos."
"En dat moet drie dagen lang gebeuren," voegde de Hosjifosj toe. "Maar let op: de dauwdruppels moeten vers zijn, en de verhalen moeten komen uit jullie hart."
Die avond maakten de kinderen een plan. Ze zouden om beurten vroeg opstaan om de dauwdruppels te verzamelen. Walt zou de eerste ochtend nemen, Timo de tweede, en Mathis de derde.
De volgende ochtend stond Walt al voor zonsopgang op. Hij sloop stilletjes de tuin in met een klein kopje dat hij had klaargezet. Langs de rand van Bompa's groentetuin ontdekte hij lange planten waar prachtige dauwdruppels aan hingen. Met eindeloos geduld verzamelde hij druppel voor druppel, tot zijn kopje halfvol was.
Voorzichtig gaf hij elke druppel aan de struik, terwijl hij zachtjes fluisterde: "Word alsjeblieft weer magisch."
Later die ochtend kwamen Timo en Mathis ook naar buiten. Nu was het tijd voor het eerste verhaal. Ze gingen in een kring rond de struik zitten.
"Weet je nog," begon Timo, "toen we de Grote Steen hielpen met zijn nachtmerrie?" Hij vertelde het hele verhaal, terwijl de anderen af en toe details toevoegden die hij was vergeten.
Tijdens de lunch slopen ze weer naar buiten voor het tweede verhaal. Deze keer vertelde Mathis over hun avontuur met de verdwaalde sneeuwman.
Voor het avondverhaal kozen ze hun favoriete avontuur: hoe ze het meer hadden gered met de regendans. Walt vertelde het zo levendig dat ze bijna de regendruppels weer konden voelen.
Voor ze naar binnen gingen, moesten ze de struik nog toedekken. Ze hadden de hele middag zachte bladeren verzameld uit de tuin. Nu legden ze die voorzichtig over en rond de struik, als een warme deken.
De tweede dag was het Timo's beurt om de dauwdruppels te verzamelen. Hij had de avond ervoor al uitgezocht waar de meeste dauw zou zijn. Bij een groepje grote planten vond hij extra dikke druppels.
Die dag vertelden ze verhalen over de keer dat ze de wintervoorraad hadden gered, over hun eerste bezoek aan het Fluisterende Bos, en over de magische bosschool.
Voor het slapengaan controleerden ze extra goed of de bladerdeken nog goed lag. Ze hadden gemerkt dat de bladeren een beetje glommen in het maanlicht, alsof ze de magie van hun verhalen hadden opgezogen.
Op de derde dag was Mathis als eerste wakker. Hij was zo voorzichtig met het verzamelen van de dauwdruppels dat het wel een uur duurde voor hij genoeg had.
Deze laatste dag kozen ze hun meest magische verhalen: over de verdwenen sterren, over het lentefeest, en als laatste vertelden ze samen het verhaal van hoe ze Bomma's betoverde breiwerk hadden gered.
Terwijl ze dat laatste verhaal vertelden, merkten ze iets op. Was dat een kleine glinstering tussen de bladeren? Een heel zacht lichtje dat even opflakkerde?
Ze hielden hun adem in. Daar was het weer! Een klein, gouden vonkje dat tussen de takken danste.
Voorzichtig haalden ze de bladerdeken weg. De struik leek van binnenuit te gloeien, heel zachtjes nog, maar het was er!
"Snel!" fluisterde Walt. "Laten we hem nog één verhaal vertellen!"
Ze pakten elkaars handen vast en vertelden samen over al hun avonturen in het Fluisterende Bos. Met elk woord begon de struik feller te gloeien.
Toen ze klaar waren met vertellen, straalde de struik als vanouds. Hand in hand raakten ze de nu weer gloeiende bladeren aan. De bekende tinteling schoot door hun vingers en in een flits waren ze terug in het Fluisterende Bos.
De Hosjifosj wachtte hen op met een brede glimlach. "Welkom terug, kleine vrienden! Jullie hebben de struik perfect verzorgd."
"We hebben hem elke dag water gegeven en verhalen verteld," zei Timo trots.
"Ja," glimlachte de Hosjifosj. "En weten jullie waarom dat zo goed werkte? De dauwdruppels zijn de tranen van de nacht, vol met dromen en sterrenmagie. En jullie verhalen... die zaten vol met jullie eigen herinneringen aan de magie van het bos. Dat is de krachtigste magie die er bestaat."
Die avond, toen ze terug naar huis gingen, keken ze nog eens goed naar de struik. Hij gloorde nu zachtjes in het avondlicht, maar alleen zij konden het zien.
"We moeten voortaan extra goed voor hem zorgen," zei Mathis.
De anderen knikten. Ze hadden geleerd dat magie, net als alles wat groeit en bloeit, liefde en aandacht nodig heeft om te blijven bestaan.
En sindsdien gaven ze de struik elke week een paar verse dauwdruppels en vertelden ze hem een nieuw verhaal. Want soms heeft zelfs de sterkste magie een beetje hulp nodig van toegewijde vrienden.
En als je 's avonds langs de struik loopt, kun je soms een zachte gloed zien. Maar alleen als je heel goed kijkt, en alleen als je echt in magie gelooft.