Het was een stormachtige lentedag toen Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos in stapten. Ze vonden de hosjifosj nerveus heen en weer lopend bij de Grote Eik.
"Oh, kleine vrienden!" riep hij opgelucht toen hij hen zag. "Ik heb jullie hulp nodig! Het is mijn zus, Hosjifleur!"
"Is er iets met haar gebeurd?" vroeg Timo bezorgd.
De hosjifosj knikte. "Ze zou vandaag op bezoek komen, maar onderweg is ze verdwaald geraakt in de Verdwijnende Vallei. Ze heeft me een noodbericht gestuurd via een Reizende Vlinder!"
Hij liet een gekreukeld herfstblad zien waarop in glinsterende letters stond: "Help! Vast in Verdwijnende Vallei. Alles verandert steeds. Kan weg niet vinden. - H."
"De Verdwijnende Vallei?" vroeg Walt. "Wat is dat voor plek?"
"Een gevaarlijk gebied waar niets is wat het lijkt," legde de hosjifosj uit. "Paden veranderen constant van richting, bomen verschijnen en verdwijnen, en je kunt er gemakkelijk dagenlang ronddwalen."
"Maar waarom ging ze daar doorheen?" vroeg Mathis.
"Het is normaal gesproken de snelste route van de Regenboogbergen naar hier," zei de hosjifosj. "Maar er moet iets mis zijn gegaan met de magie van de vallei. We moeten haar vinden voor het donker wordt!"
"Wij helpen!" riepen de kinderen in koor.
De hosjifosj pakte vier glinsterende kompassen uit zijn zak. "Deze zijn gemaakt van sterrenlicht. Ze wijzen niet naar het noorden, maar naar degene aan wie je het meest denkt."
"Dus als we allemaal aan Hosjifleur denken..." begon Timo.
"Precies! Dan wijzen ze naar haar," knikte de hosjifosj. "Maar pas op - in de Verdwijnende Vallei werkt zelfs deze magie soms vreemd."
Ze haastten zich naar de rand van de vallei. Het was een vreemde plek - de lucht leek te golven als water en de grond onder hun voeten veranderde voortdurend van kleur.
"Blijf dicht bij elkaar," waarschuwde de hosjifosj. "En wat er ook gebeurt, laat elkaars handen niet los!"
Hand in hand stapten ze de vallei in. Meteen merkten ze hoe vreemd alles was. Een pad dat er eerst was, verdween plotseling. Bomen verschoven als schaakstukken op een bord.
Hun kompassen draaiden wild in het rond, maar wezen af en toe allemaal in dezelfde richting. Dan renden ze snel die kant op, voordat het pad weer kon veranderen.
Plotseling hoorden ze een bekend gezang.
"Dat is Hosjifleur!" riep de hosjifosj. "Maar het lijkt wel van alle kanten tegelijk te komen!"
"Wacht!" zei Walt. "Luister goed - het echte gezang klinkt anders dan de echo's."
Ze stonden doodstil en luisterden aandachtig. Mathis wees opgewonden: "Daar! Het echte gezang komt van links!"
Ze renden in die richting en vonden Hosjifleur, zwevend in de lucht omdat de grond onder haar voeten steeds verdween.
"Broertje! Kinderen!" riep ze opgelucht. "Pas op voor de..."
Maar voor ze haar zin kon afmaken, begon de grond onder hen allemaal te verdwijnen!
"Snel!" riep Hosjifleur. "Geef elkaar een hand! Ik ken een zweefspell, maar het werkt alleen als we allemaal verbonden zijn!"
Ze vormden een kring, met Hosjifleur in het midden. Ze begon een lied te zingen in een taal die de kinderen niet kenden. Haar vacht begon te gloeien in alle kleuren van de zonsondergang.
Langzaam begonnen ze allemaal te zweven, net hoog genoeg om veilig te zijn van de verdwijnende grond.
"Nu moeten we de uitgang vinden," zei Hosjifleur. "Maar hoe? Alles ziet er anders uit van bovenaf!"
Timo keek naar zijn kompas en kreeg een idee. "Als we nou eens allemaal tegelijk aan de uitgang denken? Misschien wijzen de kompassen dan de weg!"
Ze probeerden het. De kompassen begonnen te gloeien en schoten een straal licht uit die samen één gouden pad vormden door de lucht.
"Dat is de weg!" riep de hosjifosj. "Snel, voor de magie verdwijnt!"
Zwevend volgden ze het gouden pad, terwijl onder hen de vallei bleef veranderen en verschuiven. Eindelijk bereikten ze de rand van de vallei en landden veilig in het gewone bos.
"Dat was op het nippertje," zuchtte Hosjifleur. "De vallei is nog nooit zo onrustig geweest! Er moet iets aan de hand zijn met de balans van de seizoenen."
"Kunnen we helpen om het op te lossen?" vroeg Mathis gretig.
Hosjifleur glimlachte warm. "Dat hebben jullie al gedaan! Door samen te werken en elkaar te vertrouwen, hebben jullie nieuwe magie in de vallei gebracht. Kijk maar!"
Ze wees naar de vallei. Het gouden pad dat ze gemaakt hadden was blijven bestaan en spreidde zich langzaam uit. Overal waar het licht kwam, werd de magie rustiger en stabieler.
"Jullie hebben een veilige route door de vallei gemaakt," zei de hosjifosj trots. "Nu kunnen andere reizigers die ook gebruiken!"
Om dit te vieren, toverde Hosjifleur een feestmaal tevoorschijn met al haar specialiteiten: zwevende taartjes, zingende koekjes en regenbooglimonade.
"Op onze dappere redders!" toast ze, terwijl haar vacht glinsterde in het namiddaglicht.
Die avond, toen de kinderen naar huis gingen, gaf Hosjifleur elk van hen een klein geschenk: een flesje met een druppel van haar zweefspell.
"Voor het geval jullie ooit weer moeten zweven," knipoogde ze.
"Kom je snel weer op bezoek?" vroeg Walt.
"Natuurlijk!" lachte ze. "En deze keer neem ik wel de lange weg - rond de Verdwijnende Vallei!"
Terwijl ze naar huis liepen, keken de kinderen nog één keer om. In het laatste zonlicht zagen ze twee hosjifosjen dansen in een werveling van magische kleuren, hun vachten gloeiend als twee vrolijke sterren in de schemer.
En als je nu door het Fluisterende Bos loopt, kun je soms nog steeds het gouden pad zien glinsteren in de Verdwijnende Vallei - een blijvende herinnering aan de dag dat drie kinderen en twee magische wezens samen iets onmogelijks mogelijk maakten.