Het was een ijskoude winterdag toen Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos binnenstapten. Sneeuw knerpte onder hun laarzen en hun adem vormde kleine wolkjes in de lucht.
"Kijk!" riep Walt plotseling uit. "Wat is dat?"
In de verte zagen ze een grote, witte figuur die tussen de bomen door waggelde.
Toen ze dichterbij kwamen, konden ze hun ogen niet geloven. Het was een levende sneeuwman! Hij had een oude hoed op, een wortel als neus, en knoopogen die nieuwsgierig rondkeken.
"Hallo daar!" riep de sneeuwman vrolijk. "Kunnen jullie me misschien helpen? Ik ben een beetje verdwaald."
De kinderen keken elkaar verbaasd aan. Een pratende sneeuwman?
Net toen Timo wilde antwoorden, hoorden ze een bekend geluid. De Hosjifosj kwam aangehuppeld, zijn vacht bedekt met sneeuwvlokjes.
"Ah, ik zie dat jullie onze nieuwe vriend al hebben ontmoet!" zei de Hosjifosj. "Dit is Frosty, een magische sneeuwman van de Noordpool."
"Maar hoe komt hij hier?" vroeg Mathis nieuwsgierig.
Frosty zuchtte, waarbij er een kleine sneeuwwolk uit zijn mond kwam. "Ik was op een testreis voor de Kerstman, om te zien of zijn nieuwe turboslee goed werkt. Maar ik viel eraf ergens boven dit bos en nu kan ik de weg terug niet vinden."
"Oh nee!" riep Walt uit. "We moeten je helpen om terug te komen, anders mis je Kerstmis!"
"Maar hoe brengen we een sneeuwman terug naar de Noordpool?" vroeg Timo.
De Hosjifosj dacht even na. "We hebben iets nodig dat koud genoeg is om Frosty niet te laten smelten, maar ook snel genoeg om hem op tijd terug te brengen."
Plotseling kreeg Mathis een idee. "Wat als we een slee maken van ijs?"
"Dat is briljant!" riep de Hosjifosj uit. "We kunnen de IJselfjes vragen om ons te helpen!"
Ze gingen op weg naar het diepste, koudste deel van het bos. Daar vonden ze de IJselfjes, kleine wezentjes gemaakt van glinsterende ijskristallen.
"Kunnen jullie ons helpen een ijsslee te maken?" vroeg Timo beleefd.
De IJselfjes knikten enthousiast en begonnen meteen te werken.
Terwijl de IJselfjes aan de slee werkten, merkten de kinderen dat Frosty er een beetje verfomfaaid uitzag na zijn lange reis.
"Je hoed is een beetje versleten," zei Timo bezorgd. "En je neus... is dat nog wel een wortel?"
Frosty keek bedroefd. "Ik ben bang dat ik onderweg wat van mezelf ben verloren."
De Hosjifosj krabde nadenkend aan zijn oor. "Misschien kunnen jullie Frosty opfrissen voor zijn terugreis?"
"Ik weet het!" riep Walt uit. "We kunnen naar Bomma gaan om nieuwe spullen te halen!"
De andere kinderen knikten enthousiast.
"Goed idee," zei de Hosjifosj. "Ik zal hier bij Frosty blijven en hem koel houden. Ga maar snel!"
De kinderen renden terug naar de magische struik, opgewonden over hun missie.
Eenmaal thuis stormden ze de keuken in, waar Bomma net koekjes aan het bakken was.
"Bomma!" riep Mathis buiten adem. "We hebben je hulp nodig!"
Bomma keek verrast op. "Wat is er aan de hand, lieverds?"
Timo dacht snel na. "We... uh... we maken een speciale sneeuwman en we hebben wat spullen nodig."
Bomma glimlachte warm. "Een speciale sneeuwman? Dat klinkt leuk! Wat hebben jullie nodig?"
"Een nieuwe hoed," zei Timo.
"En een mooie wortel voor de neus," voegde Walt toe.
"Oh, en wat grote knopen!" besloot Mathis.
Bomma knikte en begon door de keuken te scharrelen. "Ik denk dat ik precies heb wat jullie nodig hebben."
Al snel had Bomma alles verzameld: een oude maar nette hoed van Bompa, een grote, oranje winterwortel, en een handvol glanzende, zwarte knopen.
"Hier, lieverds," zei ze, terwijl ze de spullen aan de kinderen gaf. "Ik hoop dat jullie sneeuwman er prachtig uit zal zien!"
De kinderen bedankten Bomma uitbundig en renden terug naar de tuin, hun schatten stevig vasthoudend.
Terug in het Fluisterende Bos vonden ze Frosty en de Hosjifosj precies waar ze hen hadden achtergelaten. De IJselfjes waren bijna klaar met de slee.
"Kijk eens wat we hebben!" riep Walt opgewonden, terwijl ze hun nieuwe spullen lieten zien.
Frosty's sneeuwgezicht lichtte op. "Oh, wat geweldig! Jullie zijn echt de liefste kinderen die ik ooit heb ontmoet!"
Voorzichtig hielpen ze Frosty om de nieuwe hoed op te zetten, de verse wortel als neus te plaatsen, en de glanzende knopen als ogen en op zijn buik te bevestigen.
Toen ze klaar waren, zag Frosty er weer helemaal op zijn best uit.
"Nu ben je helemaal klaar voor je reis terug naar de Noordpool!" zei Timo trots.
De Hosjifosj knikte goedkeurend. "Jullie hebben geweldig werk geleverd. Frosty ziet er nu uit als een echte kerstsneeuwman!"
Eindelijk was de ijsslee klaar. Het was een prachtig voertuig, glanzend en doorschijnend, met ingewikkelde patronen van sneeuwvlokken erin gegraveerd.
"Wauw!" riepen de kinderen in koor.
"Het is prachtig," zei Frosty bewonderend. "Maar hoe krijgen we hem in beweging?"
De Hosjifosj glimlachte mysterieus. "Daarvoor hebben we de hulp nodig van de Noordenwind. Maar die is erg speels en houdt van raadsels."
Op dat moment hoorden ze een zacht gefluister tussen de bomen. De Noordenwind was gearriveerd!
"Als je wilt dat ik help," fluisterde de wind, "moet je eerst mijn raadsel oplossen."
De Noordenwind sprak zijn raadsel uit: "Ik ben overal, maar je kunt me niet zien. Ik kan fluisteren, maar ook hard gillen. Ik kan je verkoelen, maar ook bevriezen. Wat ben ik?"
De kinderen dachten diep na. Toen riep Walt uit: "Ik weet het! Je bent de wind zelf!"
De Noordenwind lachte vrolijk. "Correct! Ik zal jullie helpen."
Met de hulp van de Noordenwind, werd de ijsslee in beweging gebracht. Frosty klom erop, zijn nieuwe hoed stevig vasthoudend.
"Bedankt voor alles," zei hij tegen de kinderen en de Hosjifosj. "Ik zal dit avontuur nooit vergeten!"
De kinderen zwaaiden enthousiast toen de slee opsteed, gedragen door de Noordenwind.
Terwijl Frosty uit het zicht verdween, draaide de Hosjifosj zich naar de kinderen.
"Jullie hebben vandaag iets heel bijzonders gedaan," zei hij trots. "Jullie hebben de ware geest van Kerstmis laten zien door een vreemdeling in nood te helpen."
De kinderen glimlachten, blij dat ze hadden kunnen helpen.
Toen ze terug naar huis gingen, vonden ze elk een kleine, glinsterende sneeuwvlok in hun zak.
"Een cadeautje van Frosty," legde de Hosjifosj uit. "Deze sneeuwvlokken zullen nooit smelten en zullen jullie altijd herinneren aan deze bijzondere dag."
De kinderen bedankten de Hosjifosj en namen afscheid, hun magische sneeuwvlokken stevig vasthoudend.
Die nacht droomden de kinderen van vliegende ijssleden, pratende sneeuwmannen en de magische wereld van het Fluisterende Bos.
Toen ze de volgende ochtend wakker werden, renden ze meteen naar het raam. Tot hun verbazing en grote vreugde stond er midden op het grasveld een prachtige sneeuwman, compleet met Bompa's hoed, een wortel als neus, en glanzende knopen als ogen en op zijn buik.
"Frosty!" riepen ze in koor.
Ze renden naar beneden en de tuin in, waar Bomma en Bompa al stonden te kijken naar de mysterieuze sneeuwman.
"Kijk eens wat de Kerstman vannacht voor jullie heeft gebouwd," zei Bompa met een knipoog.
De kinderen glimlachten naar elkaar, hun magische sneeuwvlokken veilig in hun zakken. Ze wisten dat dit een Kerstmis was die ze nooit zouden vergeten.