Het was een warme zomeravond. De zon was net ondergegaan en de eerste sterren verschenen aan de hemel. Timo, Walt en Mathis zaten op de veranda, dicht tegen hun bompa aan.
"Bompa," fluisterde Timo, "vertel ons nog eens over de Hosjifosj.”
Bompa's ogen twinkelden in het schemerdonker. "Ah, de Hosjifosj," zei hij met zijn warme stem. "Weten jullie nog waar hij woont?"
"In het Fluisterende Bos!" riepen Walt en Mathis in koor.
"Precies," knikte bompa. "Laat me jullie vertellen over een bijzonder avontuur in dat magische bos…"
Terwijl bompa's stem de kinderen omhulde, begonnen hun ogen dicht te vallen. Ze vielen in slaap, en bompa's woorden veranderden in droombeelden...
Plotseling stonden Timo, Walt en Mathis aan de rand van een mysterieus woud. De bomen leken te fluisteren en de schaduwen dansten om hen heen.
Een zacht briesje droeg een vreemd geluid met zich mee. Het klonk als rimpelend water vermengd met zacht geklingel.
Nieuwsgierig volgden ze het geluid, steeds dieper het bos in. De maan verlichtte hun pad. Eindelijk kwamen ze bij een open plek in het hart van het woud.
Daar, in het maanlicht, zagen ze een wezen dat ze onmogelijk konden beschrijven. Het had ogen zo groot als schoteltjes, oren als waaiers, en een vacht die glinsterde in alle kleuren van de regenboog.
"Hallo, kleine avonturiers," sprak het wezen met een warme stem. "Ik ben de Hosjifosj. Ik ben zo blij dat jullie eindelijk mijn bos hebben gevonden!"
De kinderen stonden met open mond te kijken. De Hosjifosj glimlachte en zei: "Kom, we hebben geen tijd te verliezen. Het Fluisterende Bos heeft jullie hulp nodig!”
"Onze hulp?" vroeg Timo verbaasd.
De Hosjifosj keek ernstig. "De Hartboom, de oudste en wijste boom van het bos, is ziek. Zonder zijn magie zal het Fluisterende Bos zijn betovering verliezen. We moeten drie ingrediënten vinden om hem te genezen.”
"Wij willen helpen!" riepen de kinderen in koor.
"Geweldig," zei de Hosjifosj. "We hebben nodig: een veer van de Zingende Zwaluw, een druppel water uit de Spiegelende Poel, en een kristal uit de Glinsterende Grotten.”
Ze begonnen hun zoektocht, vol opwinding.
Eerst gingen ze naar de hoogste boom van het bos. Daar woonde de Zingende Zwaluw. Haar lied was zo mooi dat de kinderen bijna vergaten waarom ze gekomen waren.
Mathis bedacht een plan. Hij zong een liedje terug. De zwaluw was zo verrast dat ze een veer liet vallen.
Daarna gingen ze naar de Spiegelende Poel. Het water was zo helder dat ze hun spiegelbeeld perfect konden zien.
Maar zodra ze het water probeerden aan te raken, verdween hun spiegelbeeld. Walt kreeg een idee. Hij lachte naar zijn spiegelbeeld. En wonder boven wonder, een druppel water sprong vanzelf omhoog en landde in het flesje dat de Hosjifosj vasthield.
Als laatste gingen ze naar de Glinsterende Grotten. Binnen was het zo donker dat ze niets konden zien. Timo herinnerde zich iets wat bompa altijd zei: "Soms moet je je ogen sluiten om echt te kunnen zien.”
Ze sloten hun ogen. En plotseling zagen ze de grotten vol met gloeiende kristallen. Ze hoefden er maar één aan te raken en het sprong in hun hand.
Met de drie ingrediënten haastten ze zich terug naar de Hartboom. De oude boom zag er nu erg ziek uit.
De Hosjifosj mengde de ingrediënten in een holle steen. Hij goot het glinsterende mengsel over de wortels van de boom.
Eerst gebeurde er niets. Maar toen begon de boom zachtjes te gloeien. Zijn bladeren werden weer groen, zijn schors werd weer sterk.
Een golf van energie verspreidde zich door het hele bos. De kinderen voelden zich plotseling licht en vrolijk.
"Jullie hebben het Fluisterende Bos gered," zei de Hosjifosj trots. "Als dank wil de Hartboom jullie iets speciaals geven. Sluit je ogen en denk aan je diepste wens.”
De kinderen deden wat hen gevraagd werd. Ze voelden een warme gloed en hoorden de boom zachtjes ruisen.
Toen ze hun ogen openden, zagen ze drie glinsterende zaden in hun handen.
"Plant deze zaden in jullie tuin," legde de Hosjifosj uit. "Ze zullen uitgroeien tot een poort naar het Fluisterende Bos. Zo kunnen jullie altijd terugkomen.”
De kinderen waren dolblij. Ze bedankten de Hosjifosj en alle wezens van het bos.
Maar toen ze zich omdraaiden om naar huis te gaan, begon alles te vervagen…
Langzaam openden Timo, Walt en Mathis hun ogen. Ze lagen in hun eigen bedden, het ochtendlicht scheen door de ramen.
Was het allemaal een droom geweest?
Maar toen ze onder hun kussens voelden, vonden ze tot hun verbazing drie glinsterende zaden. Ze keken elkaar aan met grote ogen en brede glimlachen.
Op dat moment ging de deur zachtjes open en bomma kwam binnen, glimlachend.
"Goedemorgen, kleine avonturiers," zei ze vriendelijk.
"Hebben jullie lekker geslapen? Bompa vertelde me dat hij jullie gisteravond een bijzonder verhaal heeft verteld."
De kinderen keken elkaar aan met twinkelende ogen.
Ze konden niet wachten om bomma alles te vertellen over hun magische nacht in het Fluisterende Bos.
En wie weet, misschien zouden ze vandaag die speciale zaden wel planten, en welke nieuwe avonturen dan op hen wachtten…