Het was een warme zomermiddag toen Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos in stapten. Bij de speeltuin troffen ze een groep verveelde jonge bosdieren aan.

"We hebben alle speeltoestellen al zo vaak gedaan," zuchtte een klein beertje.

"We willen iets nieuws!" piepte een jong konijntje.

De Hosjifosj, die bij de dieren zat, keek vragend naar de kinderen. "Hebben jullie misschien een idee?"

Timo's ogen begonnen te glimmen. "We kunnen een grote hindernisbaan maken! Door het hele bos!"

"Ja!" riep Walt enthousiast. "Met klimtouwen en tunnels en geheime doorgangen!"

De jonge dieren sprongen opgewonden op en neer. "Kunnen we helpen?" vroeg een kleine eekhoorn.

"Natuurlijk!" zei Mathis. "We hebben ieders talent nodig."

Ze begonnen met het maken van een plan. De bevers zouden bruggetjes bouwen over de beek. De spinnen beloofden een reusachtig klimparcours te maken met hun sterkste draden. De konijnen zouden een doolhof van tunnels graven.

"En wij kunnen vallen maken!" riep een jong vosje.

"Geen échte vallen," zei de Hosjifosj snel. "Maar misschien kunnen we wel verrassingen verstoppen?"

De mollen en muizen kenden alle geheime paadjes in het bos en hielpen met het uitstippelen van de route. De vogels vlogen heen en weer met touwen en takjes om overal markeringen te maken.

Timo, Walt en Mathis werkten hard mee. Ze hielpen de bevers met het vastbinden van de bruggetjes en testten de spinnenwebben om te zien of ze sterk genoeg waren.

"Kijk!" riep Mathis trots, wijzend naar een schommelende boomstam die ze hadden gemaakt. "Als je hierover loopt, moet je goed je evenwicht bewaren!"

De Hosjifosj voegde overal een beetje bosmagie toe. Hij liet vuurvliegjes de route markeren en toverde zachte mospollen tevoorschijn als landingsplekken.

Toen de hindernisbaan klaar was, was het een spectaculair gezicht. Er waren klimtouwen van glinsterende spinnendraad, wiebelige boomstambruggen, geheime doorgangen onder boomwortels door, en zelfs een glijbaan van gladde bladeren.

"Wie wil als eerste?" vroeg Walt.

Een jong hertje stapte naar voren. Het begon voorzichtig aan het parcours, sprong behendig over de boomstammen, kroop door de tunnels en eindigde met een sierlijke sprong van de bladerglijbaan.

"Dat was geweldig!" riep het hertje.

Al snel stond er een rij jonge bosdieren te wachten om het parcours te proberen. Ieder dier had zijn eigen manier van hindernissen nemen. De eekhoorns waren superbehendig in het klimgedeelte, de konijnen schoten als pijlen door de tunnels, en de beertjes waren verrassend lenig op de boomstammen.

Timo, Walt en Mathis deden ook mee, aangemoedigd door alle bosdieren. Ze lachten en juichten bij elke geslaagde hindernis.

Net toen ze aan hun derde ronde wilden beginnen, klonk er een bekende stem op de wind: "Timo! Walt! Mathis! Bomma heeft appeltaart gebakken!"

Tegelijkertijd riepen verschillende bosmoeders hun kinderen: "Kleintje! Etenstijd!" "Schatje! Je bosbessenpap wordt koud!" "Kom je eten, lieverd!"

"Aww, nu al?" zuchtte een jong beertje.

"Geen zorgen," glimlachte de Hosjifosj. "De hindernisbaan blijft hier. Morgen maken we hem nóg uitdagender!"

"Beloven jullie dat jullie terugkomen?" vroeg een klein konijntje aan de kinderen.

"Natuurlijk!" zei Timo. "We verzinnen elke dag wel iets nieuws!"

Ze namen afscheid van hun bosvrienden en renden terug naar de magische struik. Thuis wachtte Bomma met verse appeltaart.

"Wat hebben jullie gedaan?" vroeg ze, terwijl ze grote stukken taart uitdeelde. "Jullie zien eruit alsof jullie door het hele bos hebben gezworven!"

De kinderen grinnikten. "We hebben een super coole hindernisbaan gebouwd!" zei Walt.

"Met al onze vrienden," voegde Mathis toe, wetend dat Bomma niet hoefde te weten dat die vrienden staarten en vacht hadden.

Die avond, terwijl ze in bed lagen, hoorden ze door het open raam nog steeds vrolijke kreetjes uit het bos. De jonge dieren die nog een laatste rondje deden voor bedtijd.

"Weten jullie," fluisterde Timo, "volgens mij hebben boskinderen en mensenkinden meer gemeen dan we denken."

"Ja," grinnikte Walt. "Ze moeten ook allemaal op tijd naar binnen om te eten!"

En ergens in het Fluisterende Bos zat de Hosjifosj tevreden bij de hindernisbaan, terwijl de laatste jonge dieren naar hun moeders toe waggelden, hupsten en trippelden voor het avondeten.