Het was de heetste dag van de zomer. De zon brandde genadeloos en de lucht trilde van de hitte. Timo, Walt en Mathis lagen uitgeput in de schaduw van de veranda.

"Ik smelt," kreunde Walt.

"We moeten iets verfrissends doen," zei Timo, terwijl hij overeind kwam. Plotseling kreeg hij een idee. "Ik weet het! Laten we gaan zwemmen in het Fluisterende Bos!"

De anderen knikten enthousiast. Ze renden naar binnen om hun zwemkleding aan te trekken.

"Bomma," riep Mathis, "we gaan zwemmen!”

Bomma keek verbaasd op van haar breiwerk. "Zwemmen? Maar we hebben geen vijver of zwembad in de tuin."

De kinderen grinnikten geheimzinnig. "Maak je geen zorgen, bomma. We weten een plek!"

Voordat bomma nog iets kon vragen, renden ze al de tuin in, richting de magische struik.

Zodra ze de gloeiende blaadjes aanraakten, voelden ze de vertrouwde tinteling. In een oogwenk stonden ze aan de rand van het Fluisterende Bos.

Maar iets was anders. De bomen hingen slap, hun bladeren dof en verschrompeld. De lucht was droog en heet, zelfs hier in het magische bos.

"Het is nog warmer dan thuis!" zei Walt geschrokken.

Plotseling hoorden ze een bezorgd geritsel. De Hosjifosj kwam tevoorschijn, zijn vacht niet zo glanzend als normaal.

"Kleine avonturiers," zei hij met een vermoeide stem, "jullie komen op een moeilijk moment. Het Fluisterende Bos lijdt onder een vreselijke hittegolf."

"We kwamen eigenlijk om te zwemmen," zei Timo aarzelend. "Is er een probleem met het meer?"

De Hosjifosj zuchtte diep. "Kom maar mee, dan zullen jullie het zelf zien."

Na een korte wandeling bereikten ze de plek waar het Fluisterende Meer zou moeten zijn. Maar in plaats van een sprankelend wateroppervlak zagen ze een bijna lege bedding. Slechts een kleine poel water was over in het midden, omringd door modderige oevers.

"Het meer... het is bijna weg!" riep Mathis geschokt uit.

De Hosjifosj knikte triest. "De hitte heeft het water doen verdampen. Als we niets doen, zal het hele meer verdwijnen, en daarmee alle magische waterwezens."

In de overgebleven poel zagen ze enkele waterelfjes en vissen die angstig rondzwommen in het steeds kleiner wordende water.

"We moeten iets doen!" zei Walt vastberaden. "Maar wat?"

Timo dacht diep na. "Als we nou eens... regen konden maken?"

De Hosjifosj's ogen lichtten op. "Dat is het! De Regendans! Maar daarvoor hebben we de hulp nodig van alle boswezens."

Snel verspreidde het nieuws zich door het bos. Alle wezens verzamelden zich rond het bijna lege meer: pratende bomen, glimwormen, vliegende eekhoorns en zelfs de Grote Steen kwam aangerold.

"We moeten allemaal samenwerken," legde de Hosjifosj uit. "De Regendans is krachtige magie die alleen werkt als iedereen meedoet."

De kinderen knikten vastberaden. Ze waren klaar om het meer te redden.

De Hosjifosj begon een zacht deuntje te neuriën. Langzaam pikten andere wezens het op. De bomen ruisten mee, de glimwormen knipperden op de maat en de Grote Steen bromde een bas.

De kinderen begonnen te dansen, hun voeten stampend op de droge grond. Steeds meer wezens deden mee, tot het hele bos leek te bewegen in één groot ritme.

Terwijl de dans vorderde, begon de lucht te veranderen. Wolken vormden zich boven het bos, eerst klein en dun, maar steeds groter en donkerder wordend.

"Het werkt!" riep Mathis opgewonden.

Maar de Hosjifosj schudde zijn hoofd. "Nog niet stoppen! We hebben meer nodig om het meer te vullen!"

Ze dansten door, harder en enthousiaster dan ooit.

Plotseling klonk er een luide donderslag. Een flits van bliksem verlichtte de hemel en toen... begon het te regenen!

Eerst vielen er maar een paar druppels, maar al snel veranderde het in een ware stortvloed. Het water stroomde over de droge grond en vulde het meer razendsnel.

De boswezens juichten en dansten in de regen, dolblij dat hun plan was geslaagd.

De kinderen lachten en spetterden in het snel stijgende water. De waterelfjes en vissen zwommen vrolijk rond in hun groeiende thuis.

"Jullie hebben het gedaan!" riep de Hosjifosj uit. "Jullie hebben het Fluisterende Meer gered!"

Terwijl de regen zachtjes door bleef vallen, zagen ze hoe het bos weer tot leven kwam. De bomen strekten hun takken uit, de bloemen openden zich en overal verschenen kleine regenboompjes.

Na een tijdje stopte de regen en brak de zon door de wolken. Een prachtige regenboog verscheen boven het nu volle Fluisterende Meer.

"Dit is echt magie," fluisterde Walt vol ontzag.

De Hosjifosj knikte. "En jullie hebben geholpen om het te laten gebeuren. Het Fluisterende Bos zal dit nooit vergeten."

Terwijl ze genoten van een verfrissende duik in het herstelde meer, hoorden ze plotseling een bekende stem op de wind: "Timo! Walt! Mathis! Kom naar huis, het avondeten is klaar!”

"Dat is bomma!" zei Timo. "We moeten gaan."

Met spijt in hun hart namen ze afscheid van hun bosvrienden. "We komen snel terug," beloofden ze.

Terug in hun eigen tuin waren ze verrast om te zien dat het daar nog steeds bloedheet en droog was.

Bomma keek verbaasd naar hun natte haar en zwemkleding. "Waar zijn jullie in vredesnaam geweest? Het heeft hier helemaal niet geregend!"

De kinderen grinnikten geheimzinnig. "We hebben een magische zwemplek gevonden, bomma," zei Mathis. "En we hebben zelfs voor regen gezorgd!"

Bomma schudde lachend haar hoofd. "Jullie en jullie fantasie. Kom, het eten staat klaar.”

Die nacht, terwijl ze in bed lagen, nog steeds nagloeiend van hun avontuur, hoorden ze een zacht geritsel bij het raam. Toen ze keken, zagen ze een klein wolkje dat speciaal voor hen een paar verfrissende regendruppels liet vallen.

Ze glimlachten naar elkaar, wetend dat het Fluisterende Bos hen bedankte voor hun hulp. En wie weet welke nieuwe avonturen hen daar de volgende keer te wachten stonden?