Het was een warme zomerdag toen Timo, Walt en Mathis door de magische struik het Fluisterende Bos binnenstapten. Ze vonden de Hosjifosj aan de oever van het meer, waar hij aandachtig naar het zand keek.

"Ah, kleine vrienden!" riep hij uit toen hij hen zag. "Kijk eens wat ik aan het maken ben!"

De kinderen keken verbaasd naar het kleine zandkasteeltje dat voor de Hosjifosj stond. Het was anders dan elk zandkasteel dat ze ooit hadden gezien - het leek wel te glinsteren in het zonlicht.

"Wat een mooi kasteel!" zei Timo bewonderend.

De Hosjifosj glimlachte trots. "Dankje! Ik probeer al een tijdje een magisch zandkasteel te maken, maar er mist nog iets... Het moet kunnen zingen, zie je."

"Een zingend zandkasteel?" vroeg Walt verbaasd. "Maar hoe kan zand zingen?"

"Met de juiste magie kan alles zingen!" zei de Hosjifosj. "Maar ik heb wel wat hulp nodig. We hebben drie speciale soorten zand nodig: Sterrenzand uit de Glinsterende Grotten, Regenboogzand van de Kleurenvallei, en Droomzand van het Sluimermeer."

"Kunnen wij helpen zoeken?" vroeg Mathis enthousiast.

"Dat zou geweldig zijn!" antwoordde de Hosjifosj blij.

Ze besloten eerst naar de Glinsterende Grotten te gaan. Binnen was het donker, maar zodra hun ogen aan het duister gewend waren, zagen ze duizenden kleine lichtpuntjes aan het plafond.

"Kijk," fluisterde de Hosjifosj, "dat zijn geen sterren - dat is het Sterrenzand!"

Maar hoe konden ze het verzamelen? Het zand zat zo hoog!

Timo kreeg een idee. Hij begon zachtjes te neuriën, een liedje dat Bomma altijd voor hen zong. Tot ieders verbazing begon het Sterrenzand te dansen op de melodie en dwarrelde het langzaam naar beneden.

"Snel!" riep Walt. "Vang het op!"

Met z'n allen vingen ze het glinsterende zand op in een klein zakje dat de Hosjifosj had meegebracht.

Vervolgens gingen ze naar de Kleurenvallei. Hier stroomde een beekje in alle kleuren van de regenboog, en op de oever lag het mooiste zand dat ze ooit hadden gezien.

Maar toen ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het Regenboogzand constant van kleur veranderde. Hoe konden ze het vangen als het niet stilbleef?

"Ik weet het!" riep Mathis uit. Hij pakte zijn zakdoek en begon een vrolijk dansje te doen. Het zand leek gefascineerd door zijn bewegingen en begon zijn dans te volgen.

Terwijl Mathis danste, konden de anderen voorzichtig wat van het betoverde zand verzamelen.

Als laatste gingen ze naar een rustig plekje aan het Sluimermeer, waar het Droomzand lag te glinsteren in het zonlicht. Het zand hier was zilverkleurig en leek wel te zweven.

"Pas op," waarschuwde de Hosjifosj. "Als je te lang naar het Droomzand kijkt, val je in slaap!"

Walt viste voorzichtig wat Droomzand op met een schelp die hij aan de oever had gevonden.

Terug bij het zandkasteel van de Hosjifosj mengden ze voorzichtig de drie soorten zand. Het Sterrenzand glinsterde, het Regenboogzand danste, en het Droomzand zweefde als een zachte mist.

"En nu?" vroeg Timo.

"Nu moeten we zingen," zei de Hosjifosj. "Een lied dat uit ons hart komt."

De kinderen dachten aan het slaapliedje dat Bomma altijd voor hen zong. Zachtjes begonnen ze te zingen, terwijl de Hosjifosj het magische zand over zijn kasteel strooide.

Tot hun verbazing begon het zandkasteel te groeien en te veranderen. Het vormde nieuwe torens en muren, bruggen en poorten. En toen, als bij toverslag, begon het kasteel zelf te neuriën!

Het was de mooiste muziek die ze ooit hadden gehoord. Het klonk als de wind die door schelpen waait, als kabbelend water en als het geritsel van bladeren, allemaal tegelijk.

"Het werkt!" jubelde de Hosjifosj. "Mijn Zingende Zandkasteel!"

De rest van de middag brachten ze door in en rond het kasteel. Het zong verschillende liedjes: vrolijke deuntjes die hen lieten dansen, rustige melodieën die de vissen in het meer deden zwemmen, en magische wijsjes die kleine regenbogen in de lucht toveren.

"Dit is het mooiste zandkasteel dat ik ooit heb gezien," zei Walt.

"En gehoord," voegde Mathis toe.

De Hosjifosj straalde van trots. "Het kasteel zal hier blijven staan," zei hij. "Een magische plek aan het meer waar iedereen kan komen luisteren naar de liedjes van het zand."

"Kunnen we morgen terugkomen?" vroeg Timo hoopvol.

"Natuurlijk!" lachte de Hosjifosj. "Het Zingende Zandkasteel staat hier altijd voor jullie klaar."

Die avond, toen ze in bed lagen, hoorden ze heel in de verte nog steeds de zachte echo van het zingende zand. Of misschien was het gewoon de wind die door de bomen ruiste. In het Fluisterende Bos wist je dat nooit zeker...

"Weet je," fluisterde Walt slaperig, "ik denk dat dit het beste zandkasteel is dat ooit is gebouwd."